Vorige week, zomaar een warme zomeravond. De bel gaat. Twee kinderen, een meisje en een jongetje, staan voor de deur. Ze kijken een beetje bedeesd. Ik schat dat het meisje 10 jaar is. Het jongetje, haar broertje zo te zien, is wat jonger. Ze kijken eerst elkaar aan en daarna kijken ze naar mij:
Het meisje zegt:
Dag mevrouw, heeft u …
Op hetzelfde moment zegt het jongetje echter:
Dag mevrouw, hebt u …
Straattheater
Wanneer ze horen dat ze ieder iets anders zeggen, werpen ze elkaar een verraste, zelfs beetje verschrikte blik toe. Vervolgens zeggen ze weer precies hetzelfde. Het meisje zegt ‘heeft u’ en het jongetje zegt ‘hebt u’. Dat gebeurt 5 keer achter elkaar. Het lijkt wel een kleine cabaretvoorstelling, een soort straattheater! Dan geeft het jongetje het op en laat zijn grote zus de eer de zin af te maken. Het pleit in het voordeel van ‘heeft u’ is op dat moment even beslecht.
Ik vond het erg leuk dat die 2 jonge kinderen zo bewust met de taal om gingen. Maar ik denk niet dat ze wisten dat ze zich mengden in een heel oude discussie. Jaren geleden ging ik werken op een educatieve afdeling van een bedrijf. Bij binnenkomst was het een terugkerend punt op besprekingen. En toen ik een paar jaar later wegging, was de afdeling er nog niet over uit …
Allebei goed: u hebt/u heeft
Ook op het web zie je dat sommige mensen zweren bij ‘heeft’. Op andere websites zie je alleen ‘hebt’ staan. Het mooie – en tegelijkertijd lastige – is dat beide opties goed zijn. Je kunt dus zowel ‘u heeft’ als ‘u hebt’ zeggen en schrijven. Maar: welke vorm je ook kiest in je eigen teksten, wees wel consequent.
Achtergrond heeft/hebt
‘U’ is een persoonlijk voornaamwoord en oorspronkelijk derde persoon enkelvoud, net als ‘hij’. En daar paste dan ook ‘heeft’ bij, net als in ‘hij heeft’. Nu zien wij ‘u’ echter niet meer als derde persoon, maar als tweede persoon enkelvoud, een beleefde vorm van ‘jij’. Dan krijg je dus ‘hebt’, net als in ‘jij hebt’. (Bron: Taaladvies.net)
PS Voor het geval je je afvraagt wat de prangende vraag van de 2 kinderen was
Deze dus: ‘Heeft u … nog een oud telefoonboek?’








Reageer
Hallo Els,
Leuke blogpost! Het is inderdaad ook in mijn trainingen (aan volwassenen) een terugkerende vraag. Ik trek daarbij ook een beeldende vergelijking met het werkwoord ‘zijn’:
1e persoon: ik ben
2e persoon: jij of u bent
3e persoon: hij, zij, u is.
In de derde persoon enkelvoud van ‘zijn’ is het ouderwetse misschien nog duidelijker. (Ik geloof dat Carmiggelt en een oude hoogleraar die ik bij Nederlands had de laatsten waren die “u is” zeiden
)
Maar ik ben met je eens: zo lang je in een tekst maar consequent ‘hebt’ of ‘heeft’ gebruikt, lijkt me er niets aan de hand…
Een hartelijke groet,
Suzanne Meijles
ProTaal
- leert je hoe je zélf teksten schrijft waarmee je meer klanten aantrekt -
Dag Suzanne,
Ik geloof dat de hoofdonderwijzer van mijn lagere school ook ‘u is’ gebruikte … Op mijn blog en site gebruik ik trouwens consequent ‘je’ en ‘jij’, net als jij toch? Hoef ik lekker niet te kiezen!
geestig! Ik lees graag ook in Onze Taal hoe “het hoort” en ook hoe mensen zich ergeren aan taaluitingen. Maarreh… wat me nu intens bezighoudt: wat moeten kinderen hedentendage in vredesnaam met ouwe telefoonboeken???
Dag Kok,
Goede vraag! Misschien inleveren als oud papier? Of voor een of ander schoolproject? Ik heb het ze niet gevraagd.
groet, Els